Teetske Ysbrands (17 juni 1831 – 19 juni 1869)(i4915)

Teetske was het achtste en jongste kind, de vijfde dochter, van IJsbrand Klazes Galema en Ytje Jans Siemonsma.
Teetske trouwde 21 mei 1854 met Siebrand Tjebbes Hettinga, geboren 23 october 1829 (i4916) te Bolsward, zoon van Tjebbe Klazes Hettinga en Trijntje Siebrens de Boer. Siebrand was koopman te Nijland, Jongedijk 2, een van de boerderijen die Teetske's vader, IJsbrand Klazes door erfenis had verkregen van zijn oom Otto Galema. Siebrand kwam uit een gezin met acht kinderen. Evenals Taetskes vader Ysbrand was Siebrands vader Tjebbe Hettinga een gegoede boer, wonende aan de oostelijke kant van Bolsward.
Siebrand was één na de oudste van het gezin. Twee broers en drie zussen van hem trouwden met kinderen van Teetske's oudere zussen. Deze moesten eigenlijk alle vijf tante zeggen tegen Teetske, terwijl zij tegelijk hun schoonzus was; omdat Teetske de jongste was, was het leeftijdsverschil met het neven en nichten gering. Siebrand overleed al binnen een jaar op 20 maart 1855 en werd in Nijland begraven.

Egbert Ruurds deJongTeetske hertrouwde 22 november 1857 met Egbert Ruurds de Jong (i4917), geboren 8 december 1831 te Joure, zoon van Ruurd Douwes de Jong en Grietje Wybes Molenaar. Egberts vader Ruurd was een zoon uit het eerste huwelijk van Douwe Egberts, de naamgever van het toekomstige grote concern van Douwe Egberts.
Egbert en Teetske leerden elkaar in Bolsward kennen. Op 20-jarige leeftijd was Egbert naar Bolsward gegaan, waarschijnlijk om daar het gruttersvak te leren. In Bolsward woonde Teetske, die hij bijna zeker al gekend moet hebben. Zijn oudste tien jaar oudere broer Douwe was getrouwd met Antje Yebs Ypma. En Antje's halfbroer Jan Yebs Ypma was getrouwd met Teetskes zus Froukje en haar andere halfbroer Sible Yebs Ypma met Teetskes zus Trijntje.
Na hun huwelijk 22 november 1857 gingen Egbert en Teetske wonen in het huis, waarin eerder Egberts vader Ruurd had gewoond, nu Midstraat 71 te Joure. Aanvankelijk werkte Egbert waarschijnlijk in het bedrijf van zijn vader. Twee jaar later, toen zijn moeder was overleden, kreeg hij de helft van het huis in eigendom samen met de helft van het pakhuis in de Torenstraat. In dit pand begon hij toen een grutterij. Egbert werkte echter niet lang. In 1860 was hij al zonder beroep. Hij kon leven van de rente die hij ontving van door hem aan derden uitgeleend kapitaal.
Op 19 juni 1868 overleed Teetske, 37 jaar oud. Zij liet drie kinderen na, Ytje, Ruurd en Grietje. Twee kinderen waren eerder al op jonge leeftijd overleden. Kort daarop werd Egbert nog harder getrof-fen. Twee maanden later overleed zijn jongste kind, de anderhalf jarige Grietje en drie maanden later zijn zoontje Ruurd op de leeftijd van drie en half jaar. Egbert bleef achter met zijn zesjarig dochtertje Ytje (Ida), waarover zijn zwager Jan IJsbrands Galema voogd werd.

Ida de Jong
Yda de JongGeboren 3 juni 1862 te Joure en overleed 19 december 1924 te Voorschoten. Zij trouwde te Haskerland 26 november 1884 met Carolus Gerardus Ludovicus (Karel) van Wensen, geboren te Leiden 6 augustus 1854, fabrikant te Zoeterwoude, overleden Leiden 2 mei 1908, zoon van Johannes Ignatius van Wensen, zeepzieder en Maria Louise Antoinette Sträter.
Karel van Wensen was een broer van Johanna en Elise van Wensen, twee zussen die waren getrouwd met twee broers Lodewijk en Julius Verwer, zonen van Idse Verwer en Sietske Galema, zus van Ida's moeder Teetske Galema.
Na hun huwelijk woonde Ida met Karel in zijn woonplaats Zoeterwoude. Karel had er een garenververij ten behoeve van de export naar Indië. In 1890 is het echtpaar, inmiddels met vier kinderen, verhuisd naar Leiden. Karel is dan confectie-fabrikant en hoorde met een jaarlijks inkomen van 14.000 gulden tot de hoogstaangeslagenen van de stad. Karel overleed in 1908. Een jaar later verhuisden Ida en haar zeven kinderen naar Voorschoten, waar zij in 1924 overleed.

 Kinderen van Karel en Ida
* Thekla, geboren te Zoeterwoude 21 october 1885, overleden Apeldoorn op 9 januari 1957. Zij trouwde te Voorschoten 10 februari 1920 met Dr. Johannes (Jan) Feitz, geboren Leeuwarden 9 januari 1884, huisarts te Apeldoorn, overleden aldaar 15 augustus 1926, zoon van Carolus L.B.J. Feitz, textiel industrieel en Gerarda M J. Meddens. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren. Het huwelijk duurde slechts zes jaar. Jan overleed na een langdurig ziekbed aan darmkanker, 42 jaar oud. Thekla overleed in 1957 in verzorgingshuis „Ste-Marie‟ te Apeldoorn.
* Louisa, geboren Zoeterwoude 20 december 1886, overleden Leiden 21 augustus 1839.
* Johannes (Jan), geboren Zoeterwoude 10 december 1887, vertegenwoordiger in rookartikelen, overleden Apeldoorn 8 september 1957, ongehuwd. Jan trad eerst in een klooster in Brabant. Daarna ging hij werken bij zijn broer Karel teVoorschoten, die een groothandel had in sigaren, sigaretten en tabak. Hij woonde er samen met zijn broer Karel en zijn zuster Bep op de tweede verdieping van het rooms-katholiek gebouw. Later woonde hij in Apeldoorn, waar ook zijn oudste zuster Thekla woonde en waar hij na een langdurige en ernstige ziekte overleed. Hij bleef ongehuwd.
* Bertha (Bep), geboren Zoeterwoude 17 september 1889, wijkverpleegster, overleden Apeldoorn 9 januari 1956. Ongehuwd.
Bep was wijkverpleegster te Voorschoten vanaf 1917. Daarvoor verbleef ze in Heerlen. Later ging ze samen met haar broers Egbert, Karel en Jan in Voorschoten wonen. In 1953 werd ze getroffen door een hersenbloeding waarna ze verhuisde naar het r.k. verzorgingshuis Huize „Ste-Marie‟ te Apeldoorn.
* Egbert, geboren Leiden 2 juli 1891, employé sigarenfabriek, overleden Voorschoten 31 october 1929. Ongehuwd.
Egbert woonde aanvankelijk te Amsterdam. In 1913 ging hij voor enkele jaren naar Haarlem, waar hij employé was in een sigarenfabriek. Na nog enige tijd Amsterdam vestigde hij zich weer in Voorschoten, waar hij ging samenwonen met zijn broer Karel en zijn zuster Bep.
* Carolus Josephus (Jozef), geboren Leiden 6 juni 1894, tuinder te Naaldwijk, overleden aldaar 29 december 1970. Hij trouwde in Naaldwijk 13 januari 1917 met Alida Hendrika Klapwijk geboren 19 maart 1896, overleden 9 november 1958, dochter van Philippus Klapwijk, beurtschipper op Rotterdam, en Petronella Wijmands. Uit dit huwelijk werden elf kinderen kinderen geboren.
Jozef ging in Leiden drie jaar naar de HBS en volgde daarna ook in Leiden de Rijkstuinbouwschool. Vervolgens was hij werkzaam op verschillende tuinderijen. In het Westland leerde hij zijn vrouw kennen. Zij kwam uit een milieu dat afweek van wat zijn moeder wenselijk achtte. Toen een huwelijk met Alida volgde en hij bovendien met haar meeging naar de Kerk ontstond er een breuk met zijn familie. De relatie met moeder Ida werd later overigens weer hersteld nadat zij hun tweede kind de naam Ytje Egberts gaven. Toen hij geld erfde van zijn kinderloos overleden tante Maria van Wensen konden zij met een aanvullende lening hun eigen bedrijf in Naaldwijk beginnen. Jozef maakte van boerenland zijn eigen tuindersbedrijf, waarop in 1925 een nieuw huis verrees. In 1955 werd het bedrijf overgenomen door hun zoon Jan. Jozef en Alida bleven er wonen tot hun dood.
* Lodewijk (Lou), geboren Leiden 3 juli 1897, vertegenwoordiger van Douwe Egberts in Apeldoorn, Pluimveehouderij Canada, overleden in Apeldoorn 11 maart 1941. Aanvankelijk vertegenwoordiger, vertrok Lou in 1924 naar Vancouver in Canada, waar hij een kippenhouderij opzette. Bij een bezoek aan Nederland ontmoette hij zijn toekomstige vrouw Nel Pieron, geboren in Voorschoten, waarmee hij in 1928 in het huwelijk trad. Zij was voor haar huwelijk verpleegster. Zij stierf reeds vijf jaar daarna. Zij kregen één kind. Daarna kwam Lou terug naar Nederland.
* Karel, geboren Leiden 19 november 1898, groothandel in rookartikelen te Voorschoten onder de naam „K.van Wensen‟. Hij was tevens handelsreiziger in tabak voor Douwe Egberts; hij overleed onverwacht Leiden 12 augustus 1954, 55 jaar. Hij was ongehuwd.